Vier fracties willen duidelijkheid over financieel risico gemeente
Sturing op formatie en ontwikkeling van de loonsom
Fracties: Lokaal Liberaal Bodegraven-Reeuwijk, PRO, D66 en ChristenUnie
Geacht college,
Op 20 juli 2026 heeft het college de gemeenteraad door middel van Raadsinformatiebrief 44 geïnformeerd over de sturing op formatie en de ontwikkeling van de loonsom. Hierin wordt een financieel risico geschetst dat kan oplopen tot € 1,5 tot € 1,9 miljoen.
De gemeenteraad stelt vast dat de RIB een eerste toelichting geeft op de achtergrond van dit risico. Tevens vermeldt het college dat de gemeenteraad achteraf bezien eerder had moeten worden geïnformeerd over het bij de Q1-analyse geconstateerde structurele formatietekort. De raad wil inzicht verkrijgen in de ontwikkeling van dit dossier, de bestuurlijke afwegingen die daarbij zijn gemaakt, de ontwikkeling van de financiële prognose en de wijze waarop invulling is gegeven aan de actieve informatieplicht.
De fracties van Lokaal Liberaal Bodegraven-Reeuwijk, PRO, D66 en ChristenUnie stellen daarom de volgende vragen.
Ontstaan en ontwikkeling van het financiële risico
1.
Wanneer werd binnen de ambtelijke organisatie voor het eerst gesignaleerd dat de ontwikkeling van de formatie, bezetting en loonsom aanleiding gaf tot bestuurlijke of financiële aandacht?
2.
Welke concrete signalen, analyses of rapportages lagen hieraan ten grondslag?
3.
Wanneer zijn de gemeentesecretaris, de betrokken portefeuillehouder(s) en het college hierover voor het eerst geïnformeerd?
4.
Wanneer werd vastgesteld dat sprake was van een structureel formatietekort van circa € 750.000?
5.
a. Welke maatregelen zijn naar aanleiding van deze constatering genomen?
b. Op welk moment beschikte de ambtelijke organisatie voor het eerst over voldoende informatie om te kunnen constateren dat de bestaande sturingsinformatie geen volledig beeld gaf van de ontwikkeling van de formatie en de loonsom, en welke acties zijn naar aanleiding van die constatering ondernomen?
6.
Wanneer bleek dat het financiële risico groter werd dan het eerder geconstateerde structurele formatietekort?
7.
Wanneer beschikte het college voor het eerst over een prognose waaruit bleek dat het financiële risico kon oplopen tot € 1,5 tot € 1,9 miljoen?
8.
Welke ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat het financiële risico is opgelopen van circa € 750.000 naar € 1,5 tot € 1,9 miljoen?
9.
Kan het college per in RIB 2026-44 genoemde oorzaak (structureel formatietekort, cao-effecten, arbeidsmarkttoelagen, ziekteverzuim en externe inhuur) aangeven:
a. wanneer deze voor het eerst als financieel risico is onderkend;
b. op basis van welke informatie of analyse dit is vastgesteld;
c. wanneer het college hierover is geïnformeerd?
10.
Kan het college aangeven op welk moment iedere afzonderlijke oorzaak zoals genoemd in RIB 2026-44 voor het eerst in de financiële prognose is verwerkt, welk financieel effect daaraan op dat moment werd toegekend en hoe de totale prognose zich vervolgens heeft ontwikkeld?
2. Bestuurlijke afwegingen en informatievoorziening
11.
De RIB vermeldt dat bij de Q1-analyse reeds sprake was van een structureel formatietekort, maar dat de verwachting destijds was dat dit met de ingezette maatregelen kon worden beheerst. Waarop was deze verwachting concreet gebaseerd? Welke berekeningen, prognoses of analyses ondersteunden deze verwachting en op welk moment bleek dat deze niet langer houdbaar was?
12.
Welke prognoses en financiële analyses waren ten tijde van de Q1-analyse reeds beschikbaar en welke onderdelen daarvan moesten op dat moment nog worden uitgewerkt?
13.
Op welk moment achtte het college de beschikbare informatie voldoende betrouwbaar om de gemeenteraad actief te informeren?
14.
De RIB vermeldt dat de gemeenteraad achteraf bezien eerder over het bij de Q1-analyse geconstateerde structurele formatietekort had moeten worden geïnformeerd. Welke bestuurlijke afwegingen lagen destijds ten grondslag aan de keuze om de gemeenteraad niet afzonderlijk te informeren en op welk moment is het college tot het inzicht gekomen dat deze afweging achteraf bezien onjuist is geweest?
15.
Welke overwegingen lagen vervolgens ten grondslag aan de keuze om de gemeenteraad op 20 juli 2026 door middel van RIB 2026-44 te informeren?
16.
De RIB bevat de constatering dat de gemeenteraad achteraf bezien eerder had moeten worden geïnformeerd. Welke lessen trekt het college uit deze constatering voor de toepassing van de actieve informatieplicht en de toekomstige informatievoorziening aan de gemeenteraad?
17.
Welke concrete wijzigingen in werkwijze, besluitvorming, interne informatievoorziening of monitoring heeft het college naar aanleiding van deze constatering inmiddels doorgevoerd of is het voornemens door te voeren?
3. Financiële onderbouwing
18.
Kan het college de bandbreedte van € 1,5 tot € 1,9 miljoen uitsplitsen naar de in RIB 2026-44 genoemde oorzaken?
19.
Kan het college daarbij per oorzaak aangeven:
a. welk bedrag hiermee is gemoeid;
b. welk deel incidenteel is;
c. welk deel structureel is;
d. in hoeverre dit reeds in eerdere begrotingen of ramingen was voorzien?
20.
De RIB vermeldt dat de uiteindelijke omvang van de overschrijding mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de bezetting, het ziekteverzuim en het effect van de beheersmaatregelen. Welke onzekerheden zijn op dit moment nog aanwezig en welke bandbreedte acht het college daarbij realistisch?
21.
Welke gevolgen verwacht het college voor:
a. de begroting 2026;
b. de meerjarenraming;
c. de structurele financiële positie van de gemeente?
22.
Zijn er op dit moment andere materiële financiële risico's of tegenvallers waarvan het college kennis heeft en die nog niet met de gemeenteraad zijn gedeeld? Zo ja, wanneer verwacht het college de raad hierover te informeren?
4. Beheersmaatregelen
23.
Welke beheersmaatregelen zijn sinds de Q1-analyse daadwerkelijk in gang gezet?
24.
Kan het college per maatregel aangeven:
a. op welk moment deze is ingevoerd;
b. welk financieel effect wordt verwacht;
c. op welke wijze de voortgang wordt gemonitord?
25.
Welk deel van de aangekondigde taakstelling van € 750.000 is inmiddels gerealiseerd en welk deel verwacht het college nog in 2026 te realiseren?
26.
De RIB vermeldt dat de genomen maatregelen gevolgen kunnen hebben voor de uitvoering van werkzaamheden en politiek-bestuurlijke ambities. Kan het college aangeven welke gevolgen het op dit moment verwacht voor:
a. wettelijke taken;
b. dienstverlening aan inwoners;
c. de uitvoering van door de gemeenteraad vastgesteld beleid;
d. de uitvoering van het coalitieakkoord?
5. Verzochte documenten
27.
Ter beoordeling van de beantwoording van bovenstaande vragen verzoekt de raad het college de volgende documenten aan de gemeenteraad te verstrekken:
a. de volledige Q1-analyse;
b. de managementrapportage waarin het structurele formatietekort voor het eerst is beschreven;
c. de prognose(s) waarop de bandbreedte van € 1,5 tot € 1,9 miljoen is gebaseerd;
d. de collegevoorstellen die ten grondslag liggen aan de in RIB 2026-44 genoemde besluiten;
e. de besluitenlijsten van de betreffende collegevergaderingen;
f. voor zover aanwezig, de notitie(s), memo('s) of andere documenten waarin de afweging is vastgelegd om de gemeenteraad ten tijde van de Q1-analyse niet afzonderlijk te informeren.
Terug












































