Meer praktijk op de havo: kabinet stelt 16 miljoen euro beschikbaar
Aanleiding
Momenteel zijn veel vakken in de havo theoretisch opgezet. Ook havo-scholieren blijken behoefte te hebben aan meer praktische vaardigheden. Met de nieuwe vakken is er daarom meer ruimte voor leren door te doen en het toepassen van kennis in de praktijk. Zo’n tien jaar geleden is een aantal scholen op eigen initiatief gestart met activiteiten om het havo-onderwijs beter te laten aansluiten op het vervolgonderwijs. Sinds 2021 zijn die initiatieven doorontwikkeld tot de praktijkgerichte vakken. Een deel van de havo- scholen kon met deze nieuwe vakken aan de slag in een pilot. Inmiddels doen ruim 300 havo-scholen daaraan mee en zijn de evaluaties van de pilot positief. Daarom maakt het kabinet het mogelijk dat álle scholen binnenkort met deze vakken aan de slag kunnen.
Opzet nieuwe examenvakken
Scholen besluiten zelf of ze (een van) de praktijkgerichte vakken als keuzevak in de bovenbouw willen aanbieden. Ze richten deze vakken verschillend in, in aansluiting op hun schoolvisie of de regio waarin de school zich bevindt. Voor technologie zijn mogelijke richtingen bijvoorbeeld ict of ondernemerschap. Voor maatschappij zijn dat bijvoorbeeld gezondheidszorg of onderwijs. Leerlingen sluiten het vak af met een schoolexamen.
Tijdens de praktijkgerichte lessen krijgen leerlingen realistische opdrachten waarbij organisaties buiten de school, zoals bedrijven, gemeenten of maatschappelijke instellingen betrokken zijn. Deze samenwerking versterkt de verbinding van de school met de regio en zorgt voor waardevolle opdrachten voor de scholieren en voor de opdrachtgevers.
Extra geld voor scholen
Scholen krijgen het extra geld voor de praktijkgerichte vakken vanaf 2027 bovenop de reguliere bekostiging. Het verzorgen van onderwijs in de praktijkgerichte vakken kan namelijk leiden tot extra kosten voor scholen. Het gaat dan om het contact zoeken of onderhouden met opdrachtgevers, om het aanschaffen van machines of materialen of om het op een andere manier organiseren van de begeleiding. Het zal het in totaal jaarlijks om 16 miljoen euro gaan.
Momenteel zijn veel vakken in de havo theoretisch opgezet. Ook havo-scholieren blijken behoefte te hebben aan meer praktische vaardigheden. Met de nieuwe vakken is er daarom meer ruimte voor leren door te doen en het toepassen van kennis in de praktijk. Zo’n tien jaar geleden is een aantal scholen op eigen initiatief gestart met activiteiten om het havo-onderwijs beter te laten aansluiten op het vervolgonderwijs. Sinds 2021 zijn die initiatieven doorontwikkeld tot de praktijkgerichte vakken. Een deel van de havo- scholen kon met deze nieuwe vakken aan de slag in een pilot. Inmiddels doen ruim 300 havo-scholen daaraan mee en zijn de evaluaties van de pilot positief. Daarom maakt het kabinet het mogelijk dat álle scholen binnenkort met deze vakken aan de slag kunnen.
Opzet nieuwe examenvakken
Scholen besluiten zelf of ze (een van) de praktijkgerichte vakken als keuzevak in de bovenbouw willen aanbieden. Ze richten deze vakken verschillend in, in aansluiting op hun schoolvisie of de regio waarin de school zich bevindt. Voor technologie zijn mogelijke richtingen bijvoorbeeld ict of ondernemerschap. Voor maatschappij zijn dat bijvoorbeeld gezondheidszorg of onderwijs. Leerlingen sluiten het vak af met een schoolexamen.
Tijdens de praktijkgerichte lessen krijgen leerlingen realistische opdrachten waarbij organisaties buiten de school, zoals bedrijven, gemeenten of maatschappelijke instellingen betrokken zijn. Deze samenwerking versterkt de verbinding van de school met de regio en zorgt voor waardevolle opdrachten voor de scholieren en voor de opdrachtgevers.
Extra geld voor scholen
Scholen krijgen het extra geld voor de praktijkgerichte vakken vanaf 2027 bovenop de reguliere bekostiging. Het verzorgen van onderwijs in de praktijkgerichte vakken kan namelijk leiden tot extra kosten voor scholen. Het gaat dan om het contact zoeken of onderhouden met opdrachtgevers, om het aanschaffen van machines of materialen of om het op een andere manier organiseren van de begeleiding. Het zal het in totaal jaarlijks om 16 miljoen euro gaan.
Terug











































